De zeventigers van de zevende klas van 1948

Dit artikel schreef ik in 2006 in het Jaarboek van de historische vereniging Oud Stede Broec

Zo begon in Bovenkarspel het schoolleven nog omstreeks halverwege de twintigste eeuw:  twee klassen bewaarschool onder de hoede van nonnetjes, zingen, matjes vlechten, een beetje tekenen, een beetje kleuren. Bidden. En dan gingen de meisjes naar de meisjesschool, de jongens naar juffrouw An Hart, vaste onderwijzeres van de eerste klas van de jongensschool Sint Willibrordus. Letters leren, woordjes, het leesplankje met “aap, roos, zeef, muur, voet, neus, lam, gijs, riem, muis, ei., juk, jet, wip, does, hok, bok, kous.”  Leren schrijven met griffel en lei.

Het is 1942. Het schooljaar loopt van april tot april. De meeste jongens in de eerste klas van de Willibrordusschool zijn geboren in 1935. Die van 1936 mogen naar de eerste klas als ze voor 1 april geboren zijn. Zes jaar later zitten de meesten  bij meester Adriaan De Boo in de zevende klas in het Vereenigingsgebouw. Het schoolgebouw zelf was niet op zeven klassen berekend. Het groepje jongens is anders van samenstelling dan in 1942. Zittenblijvers zijn toegevoegd en afgevallen.

Klassefoto, de zevende klas van 1948
De zevende klas van de St. Willibrordusschool in Bovenkarspel van 1948.
Achterste rij v.l.n.r.: Henk Kager, Jan Kaagman, de onbekende, Ab Hoogland, Siemen Deen, Piet van der Haar, Simon Braakman, Chris Botman, Paul Kuin, Doede Deen. Rechtsachter: meester Adriaan De Boo.
Middelste rij v.l.n.r.: Piet Karel, Cor Ruiter, Adrie Oudejans,, Jaap Boon, Bertus de Graaf, Meindert de Wit, Jan Boon, Ted de Jong, Jan Schaper, Dirk Smit.
Voorste rij v.l.n.r.: Gerrit Kok, Jetze Kruis, Rein Appelman, Wim Klaassen, Cor Rood, Jan Ruiter, Dirk Duijs, Nico Botman.

Foto: collectie Ted de Jong.

Op internet
Begin 2005 krijg ik een telefoontje ‘je staat op een foto op internet, op Schoolbank.nl.’  En jawel, de zevende klas van 1948 is aan de vergetelheid ontrukt. Daar zijn ze dan, de jongetjes, achtentwintig in getal. Je gaat de rijen langs en herkent je klasgenoten, op één na. De derde van links op de achterste rij. Kennen de anderen hem? Nee. Telefoongesprek op telefoongesprek volgt. Er gaan e-mails door Nederland. De Enkhuizer Courant en het Dagblad voor West-Friesland publiceren de foto, met een oproep aan lezers: wie is ‘de onbekende van de zevende klas’?. Maar niemand kent hem. Ambtenaar André Laan speurt tevergeefs in de oude archieven van de toenmalige gemeente Bovenkarspel. We moeten accepteren dat we een klasgenoot niet meer kennen en dat die (voorlopig?) onbekend zal blijven.

Leerplicht
Een zevende klas (een groep 9) kun je je nu niet voorstellen. De Lager Onderwijswet van 1920 schreef voor dat na de zesde klas nog gedurende twee leerjaren lager onderwijs mocht worden gegeven. Dat mogen werd moeten, toen in 1942 de leerplicht op acht jaar werd gebracht, aldus Birgitte van Bommel van de Algemene Onderwijs Bond  Je begon als je zes jaar was en bleef in de schoolbank tot je als veertienjarige het schooljaar had voltooid. Daardoor kregen lagere scholen een zevende klas, soms ook een achtste. Wie voortgezet onderwijs volgde (Mulo, Hogere Burger School, Middelbare Meisjes School,  Ambachtsschool, Huishoudschool, Gymnasium, Lyceum, Kleinseminarie), voldeed daar aan zijn leerplicht. De lagere scholen van Bovenkarspel kenden geen achtste klas. De meisjes waren meestal al na zes jaar naar de huishoudschool gegaan, de jongens gingen na het zevende leerjaar naar de tuinbouwschool of waren als veertienjarige niet meer leerplichtig. Later vervielen de zevende en achtste klas door de oprichting van vglo-scholen, scholen voor voortgezet lager onderwijs.

Juni/juli
Die zevende klas van de Willibrordusschool van 1948 wekt bij veel jongens herinneringen op aan meester Adriaan De Boo die moeite had het stel in het gareel te houden. De foto die door de zoektocht naar ‘de onbekende’ vorig jaar in West-Friesland zoveel stof deed opwaaien, moet tussen 21 juni en 6 juli 1948 genomen zijn. ‘Op 20 juni’, schrijft Adrie Oudejans, ‘vierden wij in de kerk de vernieuwing van de doopbeloften. En op de foto van de zevende klas heb ik het jasje aan dat ik bij die gelegenheid heb gedragen’. Op 6 juli slaagden Dirk Duijs en Wim Klaassen voor het toelatingsexamen van de mulo St. Aloysius in Hoorn. Daarna heeft meester De Boo die twee niet meer in zijn klas gezien. Van de achtentwintig jongens op de foto gingen er in september 1948 acht naar een andere school. Naar de mulo in Hoorn Paul Kuin, Dirk Duijs en Wim Klaassen, naar de ambachtsschool in Hoorn Adrie Oudejans, Jan Kaagman en Piet van der Haar, naar het kleinseminarie Hageveld Simon Braakman en naar het in 1948 opgerichte Werenfridus-lyceum in Hoorn Jan Boon.

Elf naar tuinbouwschool
De anderen maakten het schooljaar 1948-1949  vol onder de hoede van meester De Boo. En daarna? Chris Botman vertelt dat elf tuinderszoons naar de tuinbouwschool in Grootebroek gingen,  Nico Botman, Jan Ruiter, Rein Appelman, Piet Karel, Jaap Boon, Meindert de Wit, Ted de Jong, Jan Schaper, Chris Botman, Siemen Deen en Cor Ruiter. In het eerste jaar gingen ze twee dagen per week, de drie volgende jaren één. De andere dagen werkten ze in het bedrijf van hun vader, op het land. De jongens die geen vervolgonderwijs volgden, dus ook niet op de tuinbouwschool,  gingen, nog leerplichtig of niet, meteen naar een baas. Geld verdienen. Maar wat is van de zevendeklassers terecht gekomen?  De meesten schreven het mij, anderen sprak ik. Rein Appelman, Cor Rood en Meindert de Wit zijn overleden. Over het leven van Rein sprak ik met zijn zuster Corry nadat zij haar herinneringen op papier had gezet. Het leven van Cor Rood werd mij beschreven door zijn zuster Tine in Zwaag. Meindert de Wit overleed 25 oktober 2005. Hem heb ik nog gesproken. Zijn vrouw stuurde mij een korte levensschets van Meindert. De levensbeschrijvingen begin ik op de achterste rij, van links naar rechts. Daarna de middelste rij en tenslotte de jongens met de knieën op het gras.

Klassefoto, zevende klas van 1948
V.l.n.r.: Henk Kager, Jan Kaagman, de onbekende, Ab Hoogland, Siemen Deen, Piet van der Haar, Simon Braakman, Chris Botman, Paul Kuin, Doede Deen.

Henk Kager, geboren 17 december 1934. Adres destijds: Broekerhavenweg 94.
Zoon van een bakker, ‘dus’ werd Henk bakkersknecht. Voor vijf gulden per week en kost en inwoning in Hoogkarspel en Wervershoof. Maar ook vier jaar tuindersknecht. Na de militaire dienst werd hij zelfstandig tuinder. Intussen was hij met zijn vader en broers een autobedrijf begonnen, dealer in DAF-personenauto’s voor oostelijk West-Friesland. In 1962 verhuisden Henk en zijn gezin naar Lutjebroek, waar hij de vroegere pastorie van de hervormde kerk had gekocht. In de tuin begonnen ze een garage met benzinepomp. In 1977 stapten de broers van Henk uit de zaak. In 1986 nam de oudste zoon het bedrijf over.    Henk is op 15 juli 2016 overleden.


Jan Kaagman, geboren 16 mei 1935. Adres destijds: Bakkerstraat 25.
Ambachtsschool Hoorn, afdeling motorvoertuigen. Werken in een garage. In militaire dienst de cursus OBAO (Opleiding Bewijs Algemene Ontwikkeling), een soort mulo met als hoofdvakken Nederlands, technisch Engels, wiskunde, natuurkunde. Daarna in Amsterdam de in 1965 met diploma bekroonde avondopleiding voor leraar. Hij werd leraar motorvoertuigen aan de technische school Sint Willibrord in Alkmaar. Hij bleef daar tot hij in de vut ging. Tijdens zijn werk haalde hij nog aktes die hem veelzijdiger maakten. Jan steekt nu veel tijd in het opknappen van een uit 1937 daterende MG.

De onbekende.
Publicatie van de foto van de zevende klas in de kranten leverde weinig reacties op. Tips waren: een zoon van meester Zwaanenburg,  Flip Fluitman die in de oorlog in Bovenkarspel geëvacueerd was, een broer van Simon Braakman. Of was het een Duitse jongen die in West-Friesland bijkwam van ontberingen van de oorlog ?  De familie Piet Deen-Van der Haar had in die tijd zo’n jongen als ‘thuishaalder’. Zoon Wim Deen, architect in Obdam, herinnert zich dat. Maar die jongen was te jong voor de zevende klas van 1948. (Zie onder het artikel het vervolg en het antwoord).

Ab Hoogland, geboren 4 januari 1936. Adres destijds: Broekerhavenweg 60.
Hij was dertien toen Ab knecht werd bij Piet Dudink, die land had bij Andijk. De verbinding tussen de Streek en Andijk was een slecht fietspaadje dat in Grootebroek begon. Over de sloten lagen een paar planken. Het paadje werd later de Esdoornlaan (zie het jaarboek 2000). Appie ging op de fiets, vaak beladen met gereedschap.Waar het land van Dudink in zicht kwam, kon hij er met de schuit naar toe. Ab werkte zeven jaar op het land, bij vier bazen. Een van hen was Loutje Borst die ook wortels teelde. “Ik mocht er een kistje van meenemen. Maar toen ik zaterdag m’n loon kreeg, was de prijs van de wortelen er van af gehouden.” Toen hij 20 was ging Ab naar het Westland, eerst in een kassenbedrijf, later bij een tuinder die ook kolenboer was. Soms in de zomer bij een temperatuur van 25 graden, zakken kolen op de nek naar vijfhoog in Wassenaar sjouwen. Een jaar later stapte Ab in de kassenbouw. “Soms moesten we naar Duitsland en Frankrijk.Voor het eerst de grens over, ik wist niet wat me overkwam. Ik leerde Els kennen, m’n huidige vrouw, dochter van een tuinder. Haar ouders vonden dat ze met een tuinderszoon moest trouwen. Ik kwam uit een arbeidersgezin en was ook niet een van de braafsten. Ik bracht veel tijd door in het café, biljarten en soms teveel drinken.” Toch trouwden ze, in 1967, en ze gingen in Bovenkarspel wonen. “Ik kreeg een baan bij Draka, waar ik 23 jaar heb gewerkt. Eerst in de fabricage, later als controleur maar met te weinig vakkennis voor die functie.” Ab werd overspannen en op 53-jarige leeftijd kwam hij in de wao. In hetzelfde jaar kreeg hij z’n eerste hartinfarct, later nog een paar kleinere, tot hij in het AMC vier omleidingen kreeg. Hij is suikerpatiënt en wordt gehinderd door gewrichtsontstekingen.

Ab is 19 juni 2016 overleden.

Siem(en) Deen, geboren 20 november 1935. Adres destijds: Peperstraat 13.
Als jochie werken bij vader.Tegen de zin van de ouders ging Siem op z’n twintigste naar Gist Brocades in Delft. “Door ploegendienst had ik overdag tijd over, ik begon een tuinderijtje, dat al snel groeide naar twee hectaren. Ik teelde vooral bolbloemen.” Siemen verkocht veel buiten de veiling om. Hij kocht bollen bij Wil Visser en Ben Laan en erkent dat daar zwarte handel bij was. Hij had een bloemenventwijk waar hij schooljongens voor inschakelde. Ze kregen tien procent van de omzet. Zijn harde werken en zakelijk inzicht legden hem geen windeieren. Siem deed tuin en handel van de hand, werkte nog alleen ’s ochtends bij zijn baas en ging fanatieker trainen en hardlopen. De basis daarvoor had hij al jong gelegd. “Ik ging in 1957 met de schaatskernploeg mee naar Hamar. Twee keer reed ik de Elfstedentocht. Daarna legde ik me toe op hardlopen. Ik liep 137 marathons met als snelste tijd 2 uur, 39 minuten. Op 54-jarige leeftijd had ik het wereldrecord honderd kilometer hardlopen bij de veteranen: 7 uur en 28 minuten. Dat ben ik nu kwijt, maar ik heb sinds 1989 nog wel het Nederlands record.” En nu?  “Ik loop 20 tot 30 kilometer per week, geef inloopcursussen, train een trimgroep, skeeler wat, speel klarinet, ik dam en schaak en als hobby speel ik op de beurs.”
Siemen overleed op 27 juni 2013


Piet van der Haar, geboren 10 mei 1935. Oud adres: Broekerhavenweg 190
Nadat hij succes had gehad met zijn automatiek in Grootebroek, begon slager Smit een automatiek aan het Grote Noord in Hoorn. En Piet van der Haar, tot dan werkend als bakkersknecht,  ging daar aan de slag. Piet had de patroondiploma’s banket en brood en het middenstandsdiploma. Als militair had hij de opleiding aan de militaire school voor hygiëne en preventieve geneeskunde gevolgd. In 1965 stopte Smit, Piet zette de zaak voort en huurde de panden. Tien jaar later  kochten Piet en een partner, als Smulhuis Smidje b.v., de panden. Het leven van Piet veranderde dramatisch toen hij in 1985 door een misstap een val van vier meter maakte. Het was het begin van het einde van zijn arbeidzame leven. Zijn chef nam de zaak over en Piet renteniert, gehinderd door lichamelijke beperkingen.

Siem Braakman, geboren 14 mei 1935. Vroeger adres: Hoofdstraat 279.
Tuinderszoon Simon Braakman wilde priester worden. Het is hem niet gelukt. Na zes jaar kleinseminarie en bijna drie jaar grootseminarie gaf hij er de brui aan. Siem stuurde mij zijn curriculum vitae dat hij op18 december 2002 had geschreven. Het is een aaneenschakeling van aanvankelijk vooral studies, met als bekroning in 1971 het doctoraal diploma sociale pedagogiek en andragogiek. Hij heeft tal van functies gehad, van leider van het agrarisch jongerenwerk Noord- en Zuid-Holland en Zeeland, tot hoofdredacteur van de hogeschoolkrant De Hanze in Groningen. In de beschrijving van zijn leven kom je opbouwwerk tegen, colleges, supervisies, werkbegeleidingen, trainingen, journalistiek. Siem woont met zijn derde vrouw in Middelstum. Hij doet veel aan toneelspel en heeft een zaak in antiek en curiosa.

Chris Botman, geboren 25 juli 1935. Vroeger: Westeinde 39, Enkhuizen.
Tot zijn huwelijk in oktober 1960 woonde Chris in het ouderlijk huis. Hij werkte bij zijn vader tot hij begin1960 kruideniersbediende werd bij Hans Keijsper in Blokker. Op15 augustus 1960 kocht hij een melkzaak in Venhuizen. Die verkocht hij in januari 1964, omdat Tinus Karsten in Blokker hem een baan had aangeboden. Karsten maakte niet waar wat hij beloofd had, Chris stapte op en begon op 1 april 1964 een melkwijk in Baarn. Hij bleef daar zes jaar, verkocht de wijk toen het economisch tegenzat, ging terug naar de Streek en was drie maanden opperman-klusjesman bij Veerman in Westwoud. In oktober 1970 werd hij  chauffeur bij V & D, tot hij bij een reorganisatie werk kon krijgen dat hem niet zinde. Na veel sollicitaties kwam hij bij de Parkeerpolitie in Zaanstad. “Daar werkte ik met veel plezier ruim twintig jaar, tot ik met vut ging.”

Paul Kuin, geboren 18 september 1935. Vroeger adres: Hoofdstraat 212.
Tot verdriet van zijn ouders hield Paul het op de mulo in Hoorn slechts een jaar vol. Hij wilde werken en werd krullenjongen bij oom Klaas in Grootebroek. En in de avonduren studeren om aannemer te kunnen worden. Na de militaire dienst werkte hij met zijn broers Theo en Jan in het bedrijf van zijn vader. Ze (ver)bouwden aan het Vereenigingsgebouw dat een hulpkerk kreeg (nu tafeltenniszaal Treffers), ze bouwden de katholieke kerk van Bovenkarspel. In juni 1967 begon Paul, intussen bijna vijf jaar getrouwd, als aannemer in Medemblik  Oudste zoon Paul zet dat nu voort. “Zelf doe ik nog wat administratief werk op zijn kantoor.”

23 april 2016: Telefoontje van Chris Botman: overlijdensadvertentie van Paul Kuin in het Noordhollands Dagblad. .

Doede Deen, geboren 28 maart 1935. Vroeger adres: Broekerhavenweg 26.
Drie jaar werkte Doede op het land bij Cees Weel. “Toen ben ik twee maanden kermisreiziger geweest, daarna vier maanden bij het loonbedrijf van Dorus Kok.” In september 1952 kwam Doede in dienst bij bloemkoolzouterij Speijer en Van de Vijver. De ruilverkaveling die het gebied op zijn kop zette, deed de zouterij in 1975 verhuizen naar Engeland. Doede kon mee, maar had daar geen zin in. Hij werkte tien maanden bij het provinciaal electriciteitsbedrijf,  maar omdat dat geen vast personeel meer aannam, vond Doede weer een andere baas: veiling De Tuinbouw en WFO in Zwaagdijk. Hij bleef er tot zijn pensionering in 2000.

Klassefoto, zevende klas van 1948. Middelste rij
V.l.n.r.: Piet Karel, Cor Ruiter, Adrie Oudejans, Jaap Boon, Bertus de Graaf, Meindert de Wit, Jan Boon, Ted de Jong, Jan Schaper, Dirk Smit.

Piet Karel, geboren 23 maart 1935. Oud adres: Peperstraat 3.
Het was, schrijft Piet, in het bedrijf van vader Jan hard werken voor een matige beloning. “In 1959 trouwde ik en we gingen wonen aan de Overtoom. Drie maanden na ons huwelijk werd mijn vader ziek, waardoor mijn broer Bertus en ik het bedrijf moesten voortzetten. Een half jaar later stierf vader. Hij was 59 jaar.” In 1970 begonnen Piet en Bertus met nog zes tuinders in een combinatiekas met het trekken van tulpen. Het was de basis van een bloeiend.bedrijf dat steeds meer tulpen ging bouwen om ze in de winter af te broeien. In 1978 begonnen de broers, later geholpen door hun zoons, een nieuw bedrijf in de ruilverkaveling. Daar kochten ze later een bedrijf bij. Om de zoons meer kansen tot ontplooiïng te bieden, zijn Piet en Bertus als firma uit elkaar te gaan. Er zijn nu twee bedrijven Karel, gegroeid uit wat, zoals Piet het noemt, een klein bouwertje was met aardappelen, groenten en een beetje tulpen.

Cor Ruiter, geboren 1 december 1934. Adres destijds: Broekerhavenweg 139.
“Ik heb niks bijzonders meegemaakt, kom maar eens praten”, zei Cor Ruiter toen ik hem belde. Na tien jaar bij zijn vader in het bedrijf te hebben gewerkt, ging Cor naar de Hoogovens en Duijvis, tot hij werd omgeschoold tot metselaar. Hij was metselaar en tegelzetter bij  Cor Hof, bij onderaannemer Dirk Smit (Bakkerstraat) en de firma Van Westen en Van der Leek in Hoogkarspel. Op z’n vijftigste kreeg Cor last van hernia. Eerst werkte hij op halve kracht, later werd hij voor zeventig procent arbeidsongeschikt. Cor bouwde in z’n vrije tijd miniatuurbotters en poppenhuizen. Hij is nu actief voor tafeltennisclub Treffers.

Adrie Oudejans, geboren 28 september 1935. Adres destijds: Hoofdstraat 138.
Bakkerszoon Adrie ging na twee jaar ambachtsschool werken bij zijn vader. Twee jaar later  naar bakker Otterlo in Enkhuizen, het bedrijf waar hij met onderbreking door militaire dienst tot 1965 bleef. Ofschoon hij de parttime opleiding leraar brood- en banketbakken niet voltooid had, werd hij in 1965 leraar aan de technische school St. Willibrord in Alkmaar. Hij bleef daar tot hij als 61-jarige met vut ging. Adrie volgde cursussen die hem bijschoolden in de vakken koken en serveren. En hij haalde de akte tuinbouwkunde. Toen Adrie in 1996 afscheid nam, was hij leraar consumptieve technieken.

Jaap Boon, geboren 23 mei 1935. Adres toen: Westeinde 180 Enkhuizen.
Na de militaire dienst zag Jaap in dat de tuinbouw hem geen toekomst bood. Hij ging werken bij de Kinderbescherming, eerst in Mariënwaard (bij Maastricht), later in Den Haag. In 1972 raakte hij door een reorganisatie zijn baan kwijt. In 1974 was hij de enige sollicitant voor nieuw op te zetten jongerenwerk in Capelle aan den IJssel. Hij moest wel een dag in de week naar de Sociale Academie in Rotterdam. Na twaalf jaar zette de gemeente de subsidie voor het jongerenwerk stop en kreeg Jaap de taak een bureau Halt op te zetten. Halt gaf ook voorlichting op scholen.  “Ik heb dit tot aan mijn pensioen gedaan.” Jaap woont in Capelle aan de IJssel.

Bertus de Graaf, geboren 11 maart 1935. Adres destijds: Broekerhavenweg 213.
Direct na de zevende klas ging Bertus met zijn vader werken in de fruittuin van een oom in Westwoud. Drie jaar later kocht z’n vader een klein fruitbedrijf in Oosterblokker en daar verhuisde het gezin naar toe. Op zaterdag ging Bertus naar Hoorn om er te leren voor het vakdiploma fruitteelt. Na de militaire dienst werkte hij vijf jaar bij een ander, voordat hij  en z’n vader de fruitbomen rooiden en vervingen door kassen. Daardoor ontstond een bedrijf voor twee gezinnen. Na tien jaar kwam ook daar een eind aan. Tot z’n vijftigste werkte Bertus op de timmerafdeling van Flevo Schouten. Tot hij de vut-gerechtigde leeftijd had bereikt werkte hij bij Peter Karsten, groothandel in levensmiddelen.

9 febr. 2017 telefoontje Chris Botman: Bertus de Graaf overleden. Zoon van Bertus vertelde desgevraagd dat hij 8 februari 2017 stierf na een lang ziekbed.

Meindert de Wit, geboren 18 maart 1934. Adres destijds: Hoofdstraat 316.
“Weet je dat KGB eersteklasser is geworden?”. Dat was het eerste wat Meindert me vroeg toen ik hem belde. Hij vormde met zijn broers en onder leiding van vader Jan een ploeg harde werkers die hun bloembollenbedrijf tot grote bloei brachten. Meindert droeg daar onder meer toe bij door in Duitsland bollen te verkopen. Zijn grootste hartstocht was KGB en daar wijdde hij zich vooral aan toen hij zijn werkzame leven had beëindigd. Na zijn huwelijk woonde hij twee jaar in Hoogkarspel, daarna terug naar de Hoofdstraat en de laatste twintig jaar in de La Reinelaan. Meindert overleed op 25 oktober 2005.

Jan Boon, geboren 1 september 1934. Adres destijd: Hoofdstraat 225.
Jan mocht na de lagere school ‘verder leren’, maar wel op een katholieke school. Daarom bleef hij in de zevende klas tot in september 1948 het katholieke lyceum in Hoorn begon. Na zijn eindexamen gymnasium kwam hij als dienstplichtige bij de luchtmacht in Leeuwarden. “In 1956 heb ik als militair op Friese doorlopers de Elfstedentocht gereden. Mijn vader was kwaad: ‘je had door bevriezing wel gehandicapt kunnen raken’, zei hij.” Jan studeerde technische natuurkunde aan de T.H. in Delft, ging in 1962 bij AKZO in Utrecht werken en schreef het proefschrift waarop hij in 1966 in Delft promoveerde. Hij werkte later bij AKZO in Arnhem op de afdeling waar kunststoffen, zoals de PET-fles, ontwikkeld werden.

Ted de Jong, geboren 26 mei 1935. Adres: Broekerhavenweg 155.
Het werk in de tuinbouw heeft mij altijd tegengestaan, schrijft Ted de Jong. Maar hij kon pas na zijn diensttijd een ander beroep kiezen. In zijn vrije tijd haalde hij boekhouddiploma’s en in 1958 begon hij als boekhouder bij kachelfabriek Vroling aan de Van Bredastraat. Omdat hij een huis in Bovenkarspel wel kon vergeten, maar wel wilde trouwen, ging hij werken bij verenfabriek VeFa in Amsterdam, die over een paar jaar naar Hoorn zou verhuizen. Daar zou een huis beschikbaar komen. Toen VeFa verplaatst werd naar België, werd Ted directie-assistent bij Vriesia in Alkmaar, groothandel in farmaceutica en cosmetica. Twee jaar later was hij er directeur. Ted ging in 1995 met vervroegd pensioen. Als lid van de gemeenteraad van Oudorp en als initiatiefnemer was hij betrokken bij de aanleg van een tennispark met negen banen. Hij richtte er de tennisvereniging op die nu bijna 1000 leden telt.

Jan Schaper, geboren 26 februari 1936. Adres destijds: Hoofdstraat 84.
“Mijn vrouw en ik hebben ons huis aan De Akker ‘Op oos akkertje genoemd’, omdat we jaren geleden op deze akker bloemkool teelden en omdat ik nu ‘op m’n akkertje’, op m’n rust ben.” Die rust is maar betrekkelijk, want Jan is in 2004 door kanker beide nieren kwijt geraakt, en hij moet drie keer per week vier uur gespoeld worden. Relativerend schrijft hij: “Ik heb nu dus een vaste werkgever die mij geen ontslag geeft.” Ook Jan werkte in het familiebedrijf tot hij er in 1965 uit stapte. Het bedrijf kon geen twee gezinnen onderhouden. Hij ging werken bij ADM scheepsbouw en reparatie, maar slechts tot 1978. Hij kreeg rugklachten, raakte in de wao en kon geen ander werk vinden.

Dirk Smit, geboren 18 oktober 1934. Adres destijds: Broekerhavenweg 114.
Met een onderbreking van een jaar slagersknecht bij Klaas Stam, in de zaak van voorheen Jaap Ooteman, werkte Dirk jarenlang op het land, bij onder anderen Willem Duijs aan de Stationslaan en Klaas Groen. Toen werd hij bouwvakker. “Ik deed van alles, opperman, betontimmerman, metselaar.” Maar in 1974 kreeg hij het zwaar in z’n rug, hij werd afgekeurd en het arbeidzame leven was voorbij. Ook zijn huwelijk met Henny Kruis leed schipbreuk. “Maar ik ben in 2002 opnieuw getrouwd en heb in Anita Gest een fijne vrouw.”

Dirk overleed op 18 april 2018.

Klassefoto, zevende klas van 1948. Voorste rij
V.l.n.r.: Gerrit Kok, Jetze Kruis, Rein Appelman, Wim Klaassen, Cor Rood, Jan Ruiter, Dirk Duijs, Nico Botman.

Gerrit Kok, geboren 15 augustus 1935. Adres destijds: Broekerhavenweg 126.
Zoon van kolenboer Gerrit. Na de school een half jaar bij tuinder Jo Fit. “Het was een strafkamp, ik ben geen bouwer.” En daarna van alles: een half jaar bij vader, los werkman bij de gebroeders Hauwert, bij Gertje Baas op de Grote Kaai, dijken gemaaid, kunstmest gelost uit schepen, met Tokie Mantel meevaren naar Amsterdam, op de bouw en in de schuur bij Jaap Boon, bijrijder op vrachtwagen van Mastenbroek. Toen z’n vader bij de bollenveiling ging werken, was Gerrit een tijdje kolenboer. “De militaire dienst was voor mij anderhalf jaar vakantie.”  Na de dienst van 1956 tot 1966 terug bij Mastenbroek. Hij werkte twee maanden bij een aannemer op Schiphol en de Vrije Universiteit. Op 12 december 1966 begon Gerrit  bij ritssluitingfabriek Aero Zipp Fasteners in Grootebroek. Toen het bedrijf naar Duitsland ging, was het op 21 maart 1975 afgelopen. “Ik was chef van de expeditie en had er altijd willen blijven.” Na een half jaar werkloosheid kreeg hij op 1 september 1975 een baan bij Royal Sluis in Enkhuizen. Daar begon in 1982 z’n lichaam te protesteren. Gerrit somt op wat hem in volgende jaren overkwam: knie-operatie, halve schildklier verwijderd, door kanker aangetast oog er uit, longembolie, hartproblemen, longemfyseem. Hij geniet nu van z’n oude dag en schroomt niet z’n kunstoog in de hand te nemen: “wil je hem effe zien.”?.

Jetze Kruis, geboren 12 november 1934. Adres destijds: Sint Martinusstraat 7.
Tot z’n vijfenzestigste woonde ‘eeuwige vrijgezel’ Jetze op het oude adres. Maar nu zit hij in Thailand waar hij in 2000 trouwde met Kee, een gescheiden vrouw met twee dochters. De oudste dochter is getrouwd en heeft een kind, met de naam Ploy (robijn). Dus is Jetze toch nog opa. In 1949 ging Jetze werken bij krattenfabriek Koopen. Voordat hij in 1954 in dienst ging, volgde hij een vierjarige avondschool in Enkhuizen. Als militair was hij tot  1957 in Suriname, veel expedities lopen in de binnenlanden. Bij terugkomst vijf jaar werken bij aardappelhandelaar Jan Kroezen, daarna tot z’n 58e jaar bij Draka Polva. Op een van zijn lange reizen leerde hij in 1998 Kee kennen, door haar man verlaten. “Ik kwam precies op tijd. De dochters konden op mijn kosten studeren.”

Rein Appelman, geboren 28 juli 1935. Adres destijds Broekerhavenweg 47.
Rein was de oudste in het tuindersgezin Appelman met acht meisjes en drie jongens. Een stoere kerel, voorbestemd als tuinder door het leven te gaan. Na de tuinbouwschool en werken in het bedrijf van zijn vader, kwam hij als dienstplichtige bij de marine. Hij ging vervroegd ‘met groot verlof’ wegens ziekte van z’n vader. Rein, duivenmelker en voetballer bij KGB, hield van het leven, vierde de jaarlijkse kermissen in Bovenkarspel en omgeving. Hij was verloofd met Tiny van Westen uit Hoogkarspel. Ze hadden serieuze trouwplannen. Op vrijdag 13 februari 1959 ging Rein met vrienden schaatsen op het IJsselmeer bij Broekerhaven. Hij schoof onder het ijs en verdronk. “Dat was een grote ramp voor onze ouders en zijn verloofde”, zegt zijn oudste zuster Corry. Tiny van Westen: “Ik was cheffin bij atelier Kattenburg in Grootebroek. Het was een rare dag. De meisjes waren onrustig en ik kreeg een vreemd voorgevoel. ’s Middags kwam kapelaan Poel mij vertellen wat Rein was overkomen.”

Wim Klaassen, geboren 5 maart 1936. Vroeger adres: Broekerhavenweg 198.
Na de mulo in Hoorn, in 1951 jongste bediende bij zaadhandel P. Rood en Zonen (de Roden). Kantoorbanen in Lutjebroek en Alkmaar, militaire dienst, per 1 maart 1960 journalist bij het Noordhollands Dagblad in Hoorn. “Het was voor mij een droom die in vervulling ging.” Op 1 augustus 1966 journalist bij het Brabants Dagblad in Den Bosch, tot de vut per 1 maart 1996. Tot 1960 studies in de avonduren: Handelsavondschool, handelscorrespondentie Engels, Frans, Duits, staatsdiploma HBS-A. Nog in 1993 diploma vertaler Duits. Schreef boek ‘Geen bleekveldje” over de katholieke mulo in Hoorn. En recent het boek ‘Een ander land’, Vietnamese bootvluchtelingen ingeburgerd in Nederland.  Met zijn vrouw van 1980 af gastgezin in Drunen voor twee families Vietnamese bootvluchtelingen.

Cor Rood, geboren 29 november 1935. Adres destijds: Broekerhavenweg 109.
Cor overleed in Beverwijk op 3 juli 1998. Op zijn verzoek begraven op het katholieke kerkhof in Bovenkarspel. Zijn zus Tine schreef en vertelde mij: “Hij scheelde zeven jaar met mij, daardoor weet ik niet zoveel van hem. Op 5 december, vlak na zijn geboorte, stierf moeder aan een longontsteking. Cor, achtste in het gezin, woonde de eerste twee jaar bij een tante. Toen vader een vaste huishoudster kreeg, kwam Cor thuis. Hij was een enthousiast toneelspeler, werkte bij de Hoogovens en vierde in Beverwijk zijn zilveren jubileum als toneelspeler. Hij was ook regisseur van jongerentoneel. Na zijn scheiding – hij heeft een zoon,  een dochter en twee kleinkinderen -  leefde Cor voornamelijk in eenzaamheid.”

Jan Ruiter, geboren 17 januari 1935. Adres nog steeds: Broekerhavenweg 138.
“Je weet misschien dat de tuinders in Broekerhaven meestal huurbouwertjes waren, met slecht land dat ver weg lag”, zo begint Jan Ruiter over zijn bestaan als tuinder. Toen hij het bedrijf van z’n vader overnam kocht hij direct ander land, dichter bij huis. “Ik ben geboren in de bedstee, woon nog in hetzelfde huis en bleef ongetrouwd. Ik ben tien jaar gymleider geweest bij Zwaluwen dat later samenging met ODIS. Op m’n 61e ben ik gestopt met m’n bedrijf. Als kluizenaar heb ik het toch druk op mijn manier. Je leeft zoals het lot beslist. Ik heb veel vrouwen ontmoet, op de gymclub bijvoorbeeld. Ook getrouwde vrouwen. Ik had al een tweedehands trekker gekocht en dat ging goed. Maar je moet het geluk niet tarten. Ik hou erg van museumbezoek. Op de laatste Monumentendag heb ik vijftien kerken bezocht.”

Jan is 3 februari 2014 overleden.

 
Dirk Duijs, geboren 4 juni 1935. Adres destijds: Stationslaan 27.
Mee met vader naar het land en dat was niet te combineren met de Mulo in Hoorn, waar Dirk 1 september 1948 naar toe was gegaan. Dus tuinbouwschool en als 16-jarige fustmeester en later ‘ontvanger’ bij veiling De Tuinbouw. Beide banen hadden te maken met uitgifte door de veiling van kratten en platte bakken. Gezondheidsredenen brachten Dirk in 1974 bij Royal Sluis. Hij was een actief vakbondsman. Secretaris en later voorzitter van KAB Bovenkarspel, later NKV, nu FNV. Nu nog voorzitter van de woonafdeling FNV Bondgenoten. Namens de vakbeweging in Bedrijfspensioenfonds, Landbouwschap en Kamer van Koophandel in Hoorn, waarvan 14 jaar vice-voorzitter. Dirk werd op 18 maart 2002 Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Nico Botman, geboren 12 januari 1935. Adres destijds: Broekerhavenweg 157.
Het klassieke begin: tuinbouwschool, werken op het land, militaire dienst en daarna Hoogovens. Nico werkte daar tot hij als 57-jarige met vervroegd pensioen ging. Nico’s vrouw Truus van der Sluis overleed in 1971. Daarna woonde hij samen met Anny Groen, een weduwe uit Waarland. Zij overleed in de herfst van vorig jaar. Na zijn pensioen reisden Nico en zijn vrouw met de caravan naar alle landen van Europa en zelfs Israël. Nico heeft vier kinderen, twee van Truus, een van Anny die ook al een kind had voor ze in Heemskerk bij Nico ging wonen.

Klassefoto, zevende klas van 1948. De meester
De meester

Adriaan De Boo, geboren 21 april 1920 in Kwadendamme.
Adriaan De Boo was zoon van het hoofd van de plaatselijke lagere school Hij slaagde in 1938 aan de r.k. Kweekschool in Oudenbosch voor het onderwijzersdiploma. Maar, schrijft zijn zoon Louis, er waren geen banen. Hij werd onbezoldigd hulp-onderwijzer bij zijn vader. In scholen in omliggende plaatsen was hij invaller. Meester Verbeem, leraar aan de tuinbouwschool in Grootebroek en ook afkomstig van Kwadendamme, maakte hem op 30 maart 1942 attent op een vacature aan de tuinbouwschool. Hij solliciteerde en kon al in mei beginnen. De Boo kwam in de kost bij tuinder A.P. de Boer. Hij leerde daar zijn toekomstige vrouw kennen, Marie Visser,  die samen met haar moeder, de schoonmoeder van A.P., bij De Boer inwoonde. Ze trouwden op 1 mei 1945. In maart 1943 werden  alle tuinbouwscholen onder het gezag gesteld van de Nederlandse Landstand. De bisschop van Haarlem gebood daarop de katholieke leerlingen na het schooljaar de tuinbouwschool te verlaten. Dat deden ze en Adriaan De Boo raakte zijn baan kwijt. Nadat hij eerst tijdelijk onderwijzer van de zevende klas van de jongensschool in Bovenkarspel was geweest, kreeg hij er op 1 februari 1944 de vaste aanstelling.  In 1949 ging vader Theo De Boo in Kwadendamme met pensioen. Adriaan volgde hem op. Met zijn vrouw en drie zoons keerde hij terug naar zijn geboortedorp. Daar werden nog drie zoons en twee dochters geboren.
Hardnekkige migraine en stoornissen in de nieren zorgden ervoor dat De Boo snel na zijn zilveren jubileum op non-actief kwam te staan. Hij overleed op 18 juli 1987.

WIM  KLAASSEN

Met dank aan: Louis De Boo, Chris Botman, Jan Buysman (boekhandel), Marjolein Schaftenaar, Ted de Jong, André Laan, Algemene Onderwijs Bond.

 

Paaszaterdag 4 april 2015.

De zoektocht naar de 'onbekende'  is doorgegaan. Op een zeer laag pitje. Maar 2 april 2015 ontvang ik van Dick Zwaanenburg uit Zoetermeer uit het archief van zijn vader Piet, destijds hoofd van de Willibrordus jongensschool, de lijst met leerlingen van de zesde klas in het schooljaar 1947-1948. Daar op komen de namen voor van drie jongens die in de zevende klas hadden kunnen zitten. Een van hen zou 'de onbekende' kunnen zijn. Het zijn Theo Buisman, 3 november 1934, Ymertstraat 28; Kees Koster. 21 januari 1935, Hoofdstraat 134 en Simon Peerdeman, 15 februari 1934, Broekerhavenweg 37. Ik bekijk de foto nog eens en nog eens. En ik denk dat Kees Koster 'onbekende' kan zijn. Ik steek er m'n hand niet voor in het vuur.   

Eerste Pinksterdag 24 mei 2015.

Een paar weken geleden liet Kees Koster weten dat hij de onbekend gebleven jongen niet kan zijn. "Ik heb nooit in de zevende klas gezeten  omdat ik naar het seminarie in Tilburg ben gegaan."  En vandaag belt Theo Buisman dat hij zichzelf op de foto niet herkent. Hij heeft ook geen enkele herinnering aan meester De Boo en ook dat zegt veel. Maar misschien niet alles. Of ?   

Negen maart 2016.

Ik ben ervan overtuigd dat de zogenaamde onbekende Theo Buisman is, geboren 3 november 1934,toen wonend Ymertstraat 28 Bovenkarspel,  nu in Apeldoorn. Zijn jongere broer Jan (John) zegt Theo te herkennen op de foto. En hij is trouwens ook de 'enige kandidaat' volgens de leerlingenlijst die ik van Dick Zwaanenburg kreeg. Volgens die lijst zou het ook Simon Peerdeman, Broekerhavenweg 37, van 15 februari 1934 geweest kunnen zijn, maar hem herken ik uit duizenden.  

 Dit kan nog niet de afronding zijn. Als jongste van de klas heb ik me 5 maart gevoegd bij de tachtigers. Ik zal hier en daar informeren wie van de jongens nog in leven zijn.