Vluchtelingenschool: Geen dak, geen vloer, geen deur

Onderstaand artikel verscheen op zaterdag 16 februari 1991 in het Brabants Dagblad

VluchtelingenschoolEen schooltje in het vluchtelingenkamp Hartishek. De onderwijzers zijn vluchteling. De leerlingen zijn vluchteling. Weer en wind hebben vrij spel in de primitieve klaslokalen, die van elkaar worden gescheiden door hekjes van takken. Leermiddelen zijn er bijna niet. Geld om de onderwijzers te betalen is er evenmin.


Een schoolgebouw dat een geraamte is van takken. Klassen van elkaar gescheiden door hekjes van takken. Geen dak. Geen vloer. Geen deuren. Flarden van het plastic dat de heetste stralen van de zon zou moeten weren, wapperen in de wind. En scheuren verder. Tot er bijna niks meer over is. De school van Hartishek, vluchtelingenkamp in Etiopie, waar meer dan een kwart miljoen Somaliers een gemeenschap vormen. Een ‘stad’ in een leeg gebied.
Een ‘stad’ met kinderen. Met tienduizenden kinderen, zonder twijfel. Hoeveel er precies zijn is niet bekend. Functionarissen van het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR) geven toe dat de vluchtelingenbevolking niet echt te tellen is. Er is niets wat op een bevolkingsregister lijkt. Mensen trouwen, mensen gaan dood. Kinderen worden geboren. Maar nergens zal ooit geboekstaafd zijn voor wie en wanneer het leven in Hartishek begon en ten einde ging. En voor wie het leven door huwelijk of scheiding veranderde. Lege bladzijden in de geschiedenis.

Jute zakken
Een schooltje in Hartishek. Het is maar goed dat het er zelden regent. Want een bui zou vrij op de kinderkopjes kletsen. En zou de vloer veranderen in een modderpoeL Zo nu en dan blaast de wind wolken zand in de school. Met dezelfde vaart fluit het zand naar buiten. De zon komt geen hindernis tegen. Ooit waren dak en zijkanten van de school bedekt met plastic, om zon en zand te weren. De kinderen van Hartishek zijn als alle kinderen en het was geen wonder dat ze binnen de kortste keren gaten in het plastic hadden geprikt. Maar ook zonder die gaatjes zou het plastic het gauw begeven hebben. Het was al oud en hoe kun je het een beetje solide bevestigen op knoestige, scheve en wankele takken? Toch zal er straks weer een dak zijn. Van de jute zakken waarin de Europese Gemeenschap tarwe naar Etiopie stuurde. ‘Gift of the European Economic Community’ staat in grote letters op de zakken. Alsof het nodig is om met liefdadigheid te pronken...
De onderwijzers zijn vluchteling. Sommigen van hen, en duizenden van de anderen, zijn al meer dan tien jaar op de vlucht. Eerst in eigen land, in een kamp ver van waar regeringsleger en bevrijdingstroepen elkaar troffen. En nu dan in Hartishek nadat het kamp in eigen land in de vuurlinie kwam. Meer dan tien jaar vluchteling betekent dat veel kinderen alleen het leven van een vluchteling kennen, het leven in een kamp. Dat maakt hen tot andere kinderen. Pas later zal blijken hoezeer zij daardoor ook andere volwassenen zijn geworden. Maar is er voor hen wel een later, anders dan in een vluchtelingenkamp? Een onderwijzer heeft er vertrouwen In. “Ooit”, zegt hij, “zal de strijd in ons land gestreden zijn. En wat de uitkomst ook zal wezen, we gaan er vanuit dat we terugkeren.”
De kinderen van Hartishek zullen anders zijn dan wanneer ze in Somalie hadden kunnen blijven. In Somalie geboren hadden kunnen worden. In Somalie kind hadden kunnen zijn. De onderwijzers spannen zich in om de kinderen zoveel mogelijk het niveau te doen halen dat bij hun leeftijd past. Maar er zijn bijna geen leermiddelen. Mede dank zij financiën van de Nederlandse Stichting Vluchteling konden boeken worden gekocht. En schriften. En schrijfmateriaal. Maar het slappe schoolbord staat op de grond, te wapperen in de wind. De onderwijzer moet door de knieen wil hij op het bord zijn gedachten kwijt, met de restantjes krijt die het manusjer-van-alles van de school na de lessen weer nijver ophaalt. Kruimels krijt zijn belangrijk...
Het hoofd van de school is duidelijk de bovenmeester.  Hij  ziet toe hoe de kinderen zich strak in rijen opstellen, een religieus lied zingen en naar hun klas marcheren. Hij vertelt dat zijn school 1458 leerlingen telt in de leeftijd van zeven tot zestien jaar. ''s Ochtends zijn er tien groepen. ''s Middags tien andere. De kinderen krijgen twee uur per dag les. “Meer is vanwege de warmte niet verant-woord”, zegt hij. Er zijn 27 onderwijzers. Het zouden er meer moeten zijn. De school zou groter moeten zijn. Duizenden kinderen missen nu het onderwijs dat ze nodig hebben. Misschien zijn er ook wel veel meer onderwijzers in het kamp. De bovenmeester doet er onduidelijk over. Wel bevestigt hij dat de onderwijzers ontevreden zijn. Ze willen een salaris. Nu krijgen ze per maand een vergoeding van ongeveer honderd gulden. Maar ze willen meer.

Hartishek school
Kinderen in de klas van de school in Hartishek. Geen vloer. Geen dak. Het schoolbord staat op de grond.

Te weinig geld
Dat zit er niet in, zegt de Belg Geert van de Kasteele, bij het Hoge Commissariaat verantwoordelijk voor het onderwijs in de vluchtelingenkampen in Etiopië. “In alle kampen in Etiopië samen werken ongeveer 900 onderwijzers. De geringe vergoeding die ze krijgen, kost niettemin per jaar een kapitaal. Maar meer geld krijg ik niet. Misschien zouden we iets in natura kunnen doen. Door ze wat kleren te geven. Wat extra voedsel.” Van de Kasteele wijst er op dat onderwijs bij het Hoge Commissariaat een lage prioribeit heeft. In alle vluchtelingenkampen, waar ook ter wereld. “Het Hoge Commissariaat kampt met grote financiele problemen. Het heeft de laatste jaren niet meer geld gekregen, ofschoon het aantal vluchtelingen steeg. En blijft stijgen. Onderdak, voeding en gezondheidszorg komen op de eerste plaats. Het onderwijs is bijna geheel afhankelijk van de hulp van particuliere organisaties, zoals de Nederlandse    Stichting Vluchteling.”

Hartishek school
Kinderen van Hartishek, klaar om de klas binnen te gaan.

Aluminium lokalen
Daarom is Van de Kasteele blij met de toezegging van de Stichting Vluchteling dat ze zich zal inspannen om geld bijeen te krijgen voor de aankoop van aluminium leslokalen voor het schooltje van Hartishek. Van de Kasteele: “De lokalen zijn gemakkelijk in elkaar te zetten en uit elkaar te halen. Als ze ergens  niet meer nodig zijn kunnen ze op een andere plaats dienst doen. Ze zijn van Skandinavische makelij. We hebben er hoge verwachtingen van.” Maar is een aluminium lokaal niet bloedheet? “Ze zijn perfect geïsoleerd.”
Als de aluminium lokalen bekostigd kunnen worden, kan de school van nu met een paar meppen in elkaar geslagen worden. De school van nu, een geraamte van takken, brandhout.